| Voorwaarden
2000

Vooraf
De Voorwaarden
NVM 2000 zijn vastgesteld door de Nederlandse Vereniging van Makelaars
in onroerende goederen en vastgoeddeskundigen NVM. De voorwaarden
zijn in werking getreden met ingang van 1 januari 2000.
Soms verklaren
anderen dan NVM leden de Voorwaarden NVM 2000 op hun werkzaamheden
van toepassing. Omdat in zulke gevallen elke binding met de NVM
ontbreekt, kan de NVM daarvoor geen verantwoordelijkheid dragen
en kan geen beroep op de NVM en haar organen worden gedaan.
Bij het NVM bureau
is informatie betreffende de NVM makelaardij verkrijgbaar. Met
vragen over de Voorwaarden NVM 2000, het ledenbestand (is iemand
wel lid van de NVM) enzovoorts kunt u daar terecht. Het is ook
het aangewezen contactadres voor eventuele klachten of geschillen.
Het adres is:
Fakkelstede 1, Postbus 2222
3430 DC Nieuwegein
Telefoon 030 - 608 51 85
Inhoud
I
Algemene bepalingen
II Diensten inzake tot stand komen van overeenkomsten
III Taxatie
IV Onteigening
V Vastgoedmanagement
VI Verschillen van mening
I.
Algemene bepalingen
1. Deze
voorwaarden zijn van toepassing op dienstverlening met betrekking
tot onroerend goed in Nederland.
Voorzover niet anders blijkt wordt onder onroerend(e) goed(eren)
verstaan onroerende zaken en beperkte rechten daarop.
Onder makelaar wordt voorzover niet anders blijkt in deze voorwaarden
verstaan een makelaar of andere vastgoeddeskundige die lid is
van de NVM.
2. Voor alle vormen van dienstverlening, ook als die niet in deze
voorwaarden nader zijn geregeld, kan een honorarium op uurbasis
of anderszins worden overeengekomen.
Daarbij kan onder meer rekening gehouden worden met het specialistische
karakter en de spoedeisendheid van de te verlenen dienst, en het
met de dienst gemoeide belang.
3. De tariefstelling in de makelaardij kan onderwerp zijn van
een prijzenbeschikking van overheidswege.
Indien ten tijde van het ontstaan van enig recht op betaling voor
de makelaar uit zo=n beschikking de verplichting voortvloeit tot
het in rekening brengen van een lager tarief dan het overeengekomen
tarief, of de mogelijkheid tot het in rekening brengen van een
hoger tarief, zal de makelaar een tarief in rekening brengen conform
het maximum dat uit die beschikking voortvloeit en is de opdrachtgever
dit tarief verschuldigd.
Een verhoogd tarief wordt echter niet in rekening gebracht als
sinds het aanvaarden van de opdracht nog geen drie maanden is
verstreken.
4. Gereserveerd.
5. De makelaar voert door hem aanvaarde opdrachten naar beste
weten en kunnen en met inachtneming van de belangen van zijn opdrachtgever
uit.
Tenzij anders overeengekomen mag de makelaar de werkzaamheden
nodig voor het uitvoeren van de opdracht door anderen, onder zijn
verantwoording, laten uitvoeren.
6. In geval een opdracht wordt verstrekt door meer dan één
persoon, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk voor de bedragen
die uit hoofde van die opdracht aan de makelaar verschuldigd zijn.
7. In geval van overlijden van de opdrachtgever eindigt de opdracht
op het tijdstip waarop de makelaar van het overlijden kennis krijgt.
Het bepaalde in artikel II.24 is van overeenkomstige toepassing.
8. Vorderingen wegens verschuldigd honorarium zijn opeisbaar indien
en zodra de opdracht is uitgevoerd of om een andere reden eindigt,
tenzij uit deze voorwaarden anders blijkt of opdrachtgever en
makelaar anders overeenkomen. Dit geldt eveneens ten aanzien van
gedane verschotten en gemaakte onkosten. Opdrachtgever en makelaar
kunnen betaling vooruit door de opdrachtgever overeenkomen.
Zij kunnen ook tussentijdse afrekening van gedane verschotten
en gemaakte onkosten overeenkomen.
9. De opdrachtgever aan wie, door middel van een nota of op andere
wijze, schriftelijk betaling van honoraria, verschotten of onkosten
is verzocht en van wie binnen 30 dagen na een tweede schriftelijk
verzoek nog geen betaling is ontvangen, is aansprakelijk voor
de kosten die de makelaar vanaf het moment van verstrijken van
deze 30 dagen zowel in als buiten rechte ter inning van zijn vordering
maakt.
Tevens is hij vanaf dat moment rente over die vordering verschuldigd;
het rentepercentage is gelijk aan de wettelijke rente (art. 6:120
BW).
Deze aansprakelijkheid voor inningskosten en verschuldigdheid
van rente vervalt, indien en voor zover dit wordt beslist bij
uitspraak van een daartoe door de NVM aangewezen college of de
rechter, in samenhang met diens oordeel dat het door de makelaar
aan honoraria, verschotten of onkosten in rekening gebrachte bedrag
niet verschuldigd is.

II.
Diensten inzake tot stand komen van overeenkomsten
Opdracht
1. Onder
opdracht wordt voorzover niet anders blijkt in dit hoofdstuk verstaan
een opdracht tot het verlenen van diensten met betrekking tot
het tot stand komen van een overeenkomst inzake onroerend goed.
2. De makelaar draagt zorg dat de opdrachtgever beschikt over
informatie omtrent het dienstenpakket van de makelaar, de rechten
en verplichtingen die voortvloeien uit de opdracht en de gebruikelijke
gang van zaken bij transacties met betrekking tot onroerend goed.
3. Indien de makelaar iemand beschouwt als opdrachtgever maar
deze het bestaan van de opdracht betwist en het bestaan van de
opdracht niet blijkt uit een door de opdrachtgever ondertekend
en aan de makelaar gericht stuk, ontbeert de makelaar het recht
op betaling wegens honorarium, verschotten of onkosten, tenzij
hij het bestaan van de opdracht op andere wijze kan bewijzen.
4. Tenzij anders overeengekomen staan de opdrachtgever uit hoofde
van zijn opdracht onder meer de volgende diensten ter beschikking:
bespreking van en advies omtrent de mogelijkheden om tot
de beoogde overeenkomst te komen;
beoordeling van de waarde van het betreffende onroerend
goed;
besteding van aandacht aan juridische, fiscale, bouwkundige
en andere van belang zijnde aspecten;
advies over en het voeren van onderhandelingen;
begeleiding bij de afwikkeling.
5. De makelaar onthoudt zich van het aanvaarden van een opdracht
met betrekking tot een onroerend goed ter zake waarvan hij reeds
opdracht heeft van een andere opdrachtgever.
Vloeit uit een lopende opdracht voort dat de makelaar aan die
opdrachtgever een dienst verleent met betrekking tot onroerend
goed ten aanzien waarvan hij tegelijkertijd uit hoofde van een
andere lopende opdracht een dienst zou moeten verlenen aan een
andere opdrachtgever, terwijl het verlenen van de dienst aan de
ene opdrachtgever in strijd is met het belang van de andere opdrachtgever,
dan overlegt de makelaar met, te zijner keuze, elk van deze opdrachtgevers
of een van hen.
De makelaar opent dit overleg in ieder geval zodra het stadium
van onderhandelingen tussen de betreffende opdrachtgevers wordt
bereikt.
Het overleg dient te leiden tot het opschorten of eventueel beëindigen
van een van de opdrachten.
Bij het overleg stelt de makelaar tevens de mogelijkheid aan de
orde dat de opdrachtgever wiens opdracht wordt opgeschort of beëindigd
een collega makelaar inschakelt.
Komt, al dan niet in strijd met het voorgaande, tussen de opdrachtgevers
van dezelfde makelaar een overeenkomst tot stand, dan kan de makelaar
in gevallen waarin de wet zich niet tegen het in rekening brengen
van courtage verzet, daaraan slechts ten opzichte van een van
hen een recht op courtage ontlenen.
6. De opdracht als zodanig houdt geen volmacht aan de makelaar
in tot het sluiten van overeenkomsten namens de opdrachtgever,
aan de opdracht kunnen echter volmachten worden verbonden en deze
kunnen ook later worden verstrekt.
7. De opdrachtgever onthoudt zich van activiteiten die de makelaar
bij het vervullen van zijn opdracht kunnen belemmeren of diens
activiteiten kunnen doorkruisen.
De opdrachtgever maakt geen gebruik van soortgelijke diensten
van anderen dan de makelaar behoudens in zoverre uitdrukkelijk
andere afspraken zijn gemaakt.
Hij brengt buiten de makelaar om geen overeenkomst tot stand en
voert daartoe ook geen onderhandelingen.
8. Indien een opdrachtgever aan verschillende makelaars opdracht
geeft, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk onverkort op elk van
deze opdrachten van toepassing en is de opdrachtgever derhalve
aan elk van deze makelaars overeenkomstig dit hoofdstuk vergoeding
van verschotten, onkosten en courtage verschuldigd, behoudens
in zoverre met een of meer van deze makelaars daaromtrent uitdrukkelijk
andere afspraken zijn gemaakt.
9. Een opdracht loopt voor onbepaalde tijd. Hij eindigt onder
meer door
vervulling door de makelaar;
intrekking door de opdrachtgever;
teruggaaf door de makelaar.
De makelaar heeft zijn opdracht vervuld, zodra de beoogde overeenkomst
als gevolg van door hem verleende diensten tot stand is gekomen.
Het vervuld zijn van de opdracht laat onverlet zijn uit de opdracht
voortvloeiende verplichting om de opdrachtgever bij de afwikkeling
te begeleiden.
Bij overeenkomsten, waarvan de definitieve totstandkoming of de
verplichting tot uitvoering, krachtens een tot de overeenkomst
behorend beding, afhankelijk is van een opschortende of ontbindende
voorwaarde, is ook het vervuld zijn van de opdracht daarvan afhankelijk.
Teruggaaf van de opdracht door de makelaar is slechts mogelijk
op grond van gewichtige reden.
Als gewichtige reden wordt in elk geval beschouwd:
de onder artikel II.5, tweede en volgende volzinnen beschreven
situatie;
verstoring van de relatie tussen makelaar en opdrachtgever.
Het intrekken of teruggeven van een opdracht dient schriftelijk
te geschieden.
Als datum voor een beëindiging van de opdracht geldt de datum,
waarop de makelaar respectievelijk de opdrachtgever de schriftelijke
mededeling inzake het intrekken of teruggeven ontvangt of de in
die mededeling genoemde latere datum.
Bij beëindiging of opschorting van de opdracht kunnen kosten
in rekening worden gebracht overeenkomstig het bepaalde in artikel
II.23, 24 en 25.
Na het einde van de opdracht kunnen courtageverplichtingen ontstaan
overeenkomstig het bepaalde in artikel II.16.
Wanneer een tot stand gekomen overeenkomst door gebruikmaking
van de wettelijke bedenktijd (ex artikel 7:2 BW) wordt ontbonden,
houdt de totstandkoming van deze overeenkomst geen vervulling
van de opdracht in.
10.
14. Gereserveerd

Courtage
15. De
opdrachtgever is aan zijn makelaar courtage verschuldigd indien
tijdens de looptijd van de opdracht een overeenkomst tot stand
komt, ook al wijkt deze af van de opdracht.
Dit geldt ook indien deze overeenkomst niet het gevolg is van
door de makelaar verleende diensten, tenzij het een opdracht betreft
van een opdrachtgever koper of huurder en deze koopt of huurt
buiten het gebied waarop de opdracht betrekking heeft.
16. De opdrachtgever is eveneens courtage verschuldigd indien
de overeenkomst weliswaar tot stand komt na het einde van de opdracht
maar het gevolg is van handelen in strijd met artikel II.7 of
deze totstandkoming verband houdt met dienstverlening van de makelaar
aan de opdrachtgever gedurende de looptijd van de opdracht.
Tenzij de wet zich daar tegen verzet wordt dit verband behoudens
tegenbewijs verondersteld aanwezig te zijn indien de overeenkomst
tot stand komt binnen drie maanden na het einde van de opdracht.
Indien de opdracht eindigt als gevolg van intrekking door de opdrachtgever
en de opdrachtgever bij de intrekking een termijn in acht neemt,
is bovengenoemde periode van drie maanden zoveel korter als er
tijd ligt tussen het moment waarop de makelaar de schriftelijke
mededeling inzake de intrekking ontvangt en dat waarop de opdracht
eindigt.
Het voorgaande geldt niet indien ten tijde van het einde van de
opdracht een soortgelijke opdracht aan een collega makelaar is
verstrekt en deze opdracht op het moment van totstandkoming van
de overkomst nog loopt.
17. Wanneer een tot stand gekomen overeenkomst door wanprestatie
van een der partijen of om andere reden niet tot uitvoering komt,
laat dit het recht van de makelaar op courtage onverlet.
Bij overeenkomsten, waarvan de definitieve totstandkoming of de
verplichting tot uitvoering, krachtens een tot de overeenkomst
behorend beding, afhankelijk is van een opschortende of ontbindende
voorwaarde, is ook het recht op courtage daarvan afhankelijk,
tenzij een van partijen of beide de betreffende voorwaarde niet
overeenkomstig de strekking hanteren.
Wanneer een tot stand gekomen overeenkomst door gebruikmaking
van de wettelijke bedenktijd (ex artikel 7:2 BW) wordt ontbonden,
vervalt het recht op courtage met betrekking tot deze overeenkomst.
18. Het
bedrag van de courtage is afhankelijk van de soort en inhoud van
de tot stand gekomen overeenkomst, ook al wijkt deze af van de
opdracht en ongeacht of de overeenkomst tijdens de looptijd van
de opdracht dan wel na het einde daarvan tot stand komt.
Wanneer een courtageverplichting overeenkomstig het bepaalde in
artikel II.16 ontstaat na het einde van de opdracht, de makelaar
nauwelijks werkzaamheden heeft verricht en de opdrachtgever daar
niet of nauwelijks voordeel van heeft gehad, bedraagt de courtage
een naar redelijkheid vast te stellen deel van het tarief.
19. Onder de totstandkoming van een overeenkomst wordt tevens
verstaan het door opdrachtgever meewerken aan een handeling als
gevolg waarvan het onroerend goed geheel of gedeeltelijk wordt
verkocht of toebedeeld aan de opdrachtgever en/of een derde en
in verband daarmee de uitvoering van de opdracht geen verdere
voortgang vindt.
20. Over de kosten verbonden aan de totstandkoming en de uitvoering
van een overeenkomst, zoals notariële kosten en overdrachtsbelasting,
is geen courtage verschuldigd.
De verschuldigdheid en het bedrag van de courtage worden niet
beïnvloed door hetgeen de partijen bij de overeenkomst daaromtrent
onderling overeenkomen.
21. Ingeval de makelaar door toedoen van zijn opdrachtgever niet
kan vaststellen over welk bedrag hij courtage in rekening moet
brengen, heeft hij het recht dit bedrag volgens eigen taxatie
te bepalen en is de naar dit bedrag berekende courtage verschuldigd.
22. Met inachtneming van het bepaalde in artikel II.17 is de courtage
verschuldigd en opeisbaar op het moment van het tot stand komen
van de overeenkomst.

Kosten
23. Tenzij
anders overeengekomen vergoedt de opdrachtgever de kosten die
de makelaar ten behoeve van de opdrachtgever maakt.
Ten aanzien van het maken van deze kosten en de omvang ervan dient
de makelaar tevoren met zijn opdrachtgever overleg te plegen.
Een en ander geldt eveneens als de opdracht wordt opgeschort of
eindigt door intrekking of anderszins.
24. Onverminderd het in artikel II.23 gestelde is de opdrachtgever
die een opdracht tot dienstverlening intrekt of opschort bovendien
aan de makelaar een vergoeding verschuldigd.
25. Opdrachtgever en makelaar kunnen, indien daartoe aanleiding
is, het bepaalde in artikel II.24 van overeenkomstige toepassing
verklaren voor geval de opdracht op andere wijze dan door intrekking
eindigt.
26. 42. Gereserveerd.

Veiling
43. Voor
het verlenen van diensten met betrekking tot een veiling van onroerend
goed gelden de tarieven, vastgesteld door de afdeling van de Nederlandse
Vereniging van Makelaars in onroerende goederen NVM binnen het
gebied waarvan de veiling plaats vindt.

III.
Taxatie
1. Onder
een opdracht tot taxatie wordt in dit hoofdstuk verstaan een opdracht
tot het geven van een waarde oordeel en het uitbrengen van een
eenvoudig rapport daaromtrent.
2. Het rapport omvat de naam van de opdrachtgever, een korte,
zakelijke omschrijving van het getaxeerde, de bijbehorende kadastrale
gegevens, het gevraagde oordeel over de waarde en de soort daarvan,
een aanduiding van bijzondere omstandigheden waarmee bij dit oordeel
rekening is gehouden, het doel van de taxatie en de datum waarop
deze is verricht.
3. Het rapport wordt aan de opdrachtgever uitgebracht.
De makelaar aanvaardt alleen ten opzichte van hem verantwoordelijkheid
voor de inhoud van het rapport.
Het staat de opdrachtgever vrij het rapport of gegevens daaruit,
tenzij dit kennelijk voor hem alleen bestemde informatie bevat,
ter inzage of beschikking te stellen van derden, mits hij het
verschuldigde honorarium aan de makelaar heeft voldaan en hij
deze derde duidelijk maakt dat de makelaar ten aanzien van de
inhoud van het rapport geen verantwoordelijkheid jegens derden
aanvaardt.
De makelaar stelt het rapport niet ter beschikking van derden
dan in overleg met zijn opdrachtgever.
4. Bij een opdracht aan meer makelaars gezamenlijk brengen deze
makelaars gezamenlijk rapport uit.
In dit rapport komen hun gezamenlijke bevindingen tot uitdrukking.
Slagen de makelaars er niet in tot gezamenlijke conclusies te
komen, dan treden zij in overleg met de opdrachtgever omtrent
het uitbrengen van een rapport waarin hun uiteenlopende conclusies
voorkomen.

IV.
Onteigening
1. -
5. Gereserveerd.

V.
Vastgoedmanagement
1. Onder
een opdracht tot vastgoedmanagement wordt in dit hoofdstuk verstaan
een opdracht tot het ten behoeve van de opdrachtgever verlenen
van de volgende diensten met betrekking tot een of meer aan de
opdrachtgever toebehorende of onder zijn zeggenschap staande onroerende
goederen:
verzorging van de huurincasso (administratief en daadwerkelijk);
bemoeienis met bijkomende leveringen en diensten (administratieve
verwerking, verrekening met huurders, controle op de kwaliteit
van de leveringen en diensten);
verzorging van de betaling van kosten en lasten;
werkzaamheden in verband met periodieke huurprijswijzigingen;
verzorging van het onderhoud (behandeling, beoordeling en
doen verhelpen van klachten, periodieke inspectie, verzorging
van controle en betaling van rekeningen);
verzorging van het opnieuw verhuurd worden van leegkomende
gedeelten;
verstrekking van adviezen van eenvoudige aard.
Een opdracht tot vastgoedmanagement kan meer of minder diensten
bevatten.
2. Tenzij anders wordt overeengekomen kan intrekking van een opdracht
tot vastgoedmanagement niet plaatsvinden dan schriftelijk en met
inachtneming van een opzegtermijn van ten minste drie kalendermaanden.

VI.
Verschillen van mening
1. Een
verschil van mening tussen een makelaar, lid van de NVM en een
derde hier verder cliënt genoemd over een aanspraak tot betaling
van de makelaar jegens de cliënt, verband houdend met de
Voorwaarden NVM 2000, kan door middel van een schriftelijk verzoek
ter beslissing worden voorgelegd aan de Adviescommissie Voorwaarden
en Tarieven.
De commissie bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie
personen en wordt bijgestaan door een secretaris.
Benoeming en ontslag geschiedt door het hoofdbestuur.
2. De commissie handelt en beslist als goede mannen naar billijkheid.
Zij treedt bij de behandeling van een verschil van mening op in
een samenstelling van drie leden bijgestaan door een secretaris,
waarbij de meerderheid van de commissie wordt gevormd door niet
leden van de NVM.
Indien bijzondere omstandigheden daartoe naar het oordeel van
de commissie aanleiding geven, kan zij in een andere samenstelling
optreden.
De commissie doet uitspraak bij wege van bindend advies.
3. Een verzoek aan de commissie wordt ingediend bij het hoofdbestuur
of rechtstreeks bij de commissie, bij voorkeur in zesvoud.
Het hoofdbestuur zendt ontvangen verzoeken aan de commissie door.
In een verzoek wordt weergegeven: het verschil van mening, de
feiten, het eigen standpunt en de motivering daarvan.
4. Indiening van een verzoek kan plaatsvinden door de makelaar
en de cliënt gezamenlijk of door de cliënt afzonderlijk.
Bij indiening van het verzoek door de cliënt afzonderlijk
is de cliënt voor de behandeling van het verzoek een bedrag
van € 150,= verschuldigd.
De commissie bepaalt het tijdstip en de wijze waarop dit bedrag
moet worden voldaan.
5. Het verzoek wordt tenzij makelaar en cliënt het verzoek
gezamenlijk indienen door de cliënt, of zo nodig door de
commissie, in afschrift aan de makelaar toegezonden.
6. Door de indiening van het verzoek verplicht de cliënt
zich aan de behandeling van het verschil van mening door de commissie
mee te werken en zich aan de uitspraak van de commissie te houden.
Hetzelfde geldt, indien het een gezamenlijk met de cliënt
ingediend verzoek betreft.
7. Vanaf het moment dat een verzoek van de cliënt aan de
commissie de makelaar in afschrift heeft bereikt, of een gezamenlijk
verzoek is ingediend, staat het de makelaar niet meer vrij de
cliënt omtrent zijn aanspraak op andere wijze in rechte te
betrekken en is hij verplicht aan de behandeling door de commissie
mee te werken en zich aan de uitspraak van de commissie te houden.
8. Tot het in artikel VI.7 bedoelde moment kan de makelaar een
geding tegen de cliënt bij de burgerlijke rechter aanhangig
maken.
Gaat de makelaar hiertoe over zonder de cliënt vooraf per
aangetekende brief
zijn voornemen kenbaar te maken,
een termijn te noemen waarbinnen de cliënt alsnog aan
de aanspraak kan voldoen of zich tot de commissie kan wenden onder
gelijktijdige toezending van een afschrift van het verzoek aan
de makelaar of diens in de brief vermelde vertegenwoordiger,
op de inhoud van dit hoofdstuk te wijzen, heeft de cliënt
het recht alsnog behandeling door de commissie te bewerkstelligen
door binnen 14 dagen nadat hij in rechte is betrokken een verzoek
bij de commissie in te dienen, onder gelijktijdige toezending
van een afschrift van dit verzoek aan de makelaar.
9. De commissie kan beslissen dat een verzoek niet voor verdere
behandeling in aanmerking komt,
indien en zolang het verzoek naar haar oordeel niet voldoet
aan het bepaalde in artikel VI.3;
indien zij van oordeel is dat het verzoek buiten de competentie
van de commissie valt;
indien de cliënt weigert een verklaring te ondertekenen,
inhoudende dat hij het verschil van mening ter beslissing bij
wege van bindend advies aan de commissie opdraagt en zich daarbij
onderwerpt aan de inhoud van dit hoofdstuk van de Voorwaarden
NVM 2000;
indien en zolang de cliënt het in artikel VI.4 genoemde
bedrag niet heeft voldaan;
in alle andere gevallen die daarvoor naar het oordeel van
de commissie in aanmerking komen.
10. De commissie kan partijen in de gelegenheid stellen schriftelijke
stukken te wisselen en besluiten dat partijen op een door de commissie
te bepalen tijdstip en plaats door de commissie of een van de
leden van de commissie worden gehoord.
11. De commissie is bevoegd getuigen en deskundigen te horen.
Leden van de NVM zijn verplicht, des verzocht, in persoon te verschijnen
en hun medewerkers te doen verschijnen.
12. Is de aanspraak tot betaling niet afkomstig van een makelaar
persoonlijk, maar van een kantoor waaraan een of meer makelaars
zijn verbonden, onder wie één of meer leden van
de NVM, dan staat het ter keuze van de cliënt welk aan dat
kantoor verbonden lid van de NVM voor de behandeling van het verschil
van mening door de commissie zijn wederpartij is.
Indien de cliënt deze keus niet maakt, wordt dit door de
commissie gedaan.
13. De uitspraak van de commissie wordt op schrift gesteld en
gemotiveerd.
Hij wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie
ondertekend en in afschrift toegezonden aan de makelaar, de cliënt,
het hoofdbestuur en het bestuur van de afdeling waartoe de makelaar
behoort.
Het hoofdbestuur is bevoegd uitspraken met weglating of wijziging
van persoonlijke en lokale aanduidingen te publiceren.
14. Ten aanzien van de cliënt die geen gebruik heeft gemaakt
van de gelegenheid om zich omtrent de aanspraak tot betaling te
wenden tot de Adviescommissie Voorwaarden en Tarieven en die ten
aanzien van die aanspraak door de gewone rechter in het ongelijk
wordt gesteld kan de betrokken makelaar recht doen gelden op vergoeding
van de buitengerechtelijke kosten door hem ter inning van zijn
vordering gemaakt.
15. Over het met de aanspraak tot betaling gemoeide bedrag is
rente verschuldigd.
De rente wordt berekend over de periode tussen het moment waarop
het bedrag onverschuldigd is voldaan, dan wel, volgens mededeling
van de makelaar aan de cliënt, had moeten worden voldaan
en het moment waarop het bedrag wordt terugbetaald respectievelijk
alsnog wordt voldaan.
Het rentepercentage is gelijk aan de wettelijke rente (art. 6:120
BW).
16. Indien de makelaar of de cliënt na verloop van dertig
dagen sedert de datum van verzending van een ingebrekestelling
nalatig blijft in het voldoen aan een uit de uitspraak van de
commissie voortvloeiende verplichting tot betaling of terugbetaling,
komen de kosten die zijn wederpartij vervolgens redelijkerwijs
maakt om hem tot nakoming van die verplichting te dwingen voor
zijn rekening.
17. Het algemeen bestuur is bevoegd regels vast te stellen ter
nadere uitwerking van hetgeen in dit hoofdstuk is bepaald.

Overgangsbepalingen
1. Voorwaarden
NVM 2000 vervangt Voorwaarden en Tarieven NVM 1994.
Voor opdrachten en dienstverlening, lopend op de dag die voorafgaat
aan die waarop Voorwaarden NVM 2000 in werking treden blijft de
op dat moment geldende tekst van Voorwaarden en Tarieven NVM 1994
van toepassing, met dien verstande dat de leden bevoegd zijn voor
deze opdrachten en dienstverlening Voorwaarden NVM 2000 toe te
passen, indien dit voor de cliënt gunstiger is, of deze daarmee
uitdrukkelijk instemt.
2. Indien mocht blijken dat de tekst van Voorwaarden NVM 2000
onvolkomenheden van redactionele aard bevat of het, gelet op de
daaromtrent door de overheid naar voren gebrachte wensen, van
belang is de tekst te wijzigen, is het algemeen bestuur tot wijziging
van de tekst bevoegd, voorzover het wijzigen van niet ingrijpende
aard betreft.
Aldus vastgesteld
en als de leden bindend reglement aangewezen in de ledenvergadering
van de NVM van 19 mei 2000, gewijzigd (art. VI4) bij besluit van
het algemeen bestuur van 23 augustus 2001 ingaande 1 januari 2002,
vervolgens gewijzigd (art. II.9 en II.7) bij besluit van het algemeen
bestuur van 7 augustus 2003 ingaande 1 september 2003.

|